Mobiliteitsbudget 2026: wat geldt nu en wat volgt in 2027?

Het mobiliteitsbudget in 2026 geeft werknemers met een bedrijfswagen of recht op een bedrijfswagen meer keuze in de manier waarop ze zich verplaatsen. Het systeem blijft in 2026 vrijwillig, maar de voorwaarden zijn wel verder aangescherpt. Sinds 1 januari 2026 kan binnen pijler 1 alleen nog een bedrijfswagen zonder CO₂-uitstoot worden gekozen. Voor bepaalde gemotoriseerde vervoermiddelen in pijler 2 geldt voortaan dezelfde nulemissievoorwaarde.Tegelijk bereidt de federale regering een grotere hervorming voor. Een voorontwerp van wet voorziet dat werkgevers het mobiliteitsbudget vanaf 1 januari 2027 stapsgewijs als mogelijkheid moeten aanbieden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen. Die hervorming is op het moment van schrijven nog niet definitief.In dit artikel leest u wat het mobiliteitsbudget 2026 inhoudt, welke regels en bedragen vandaag gelden, hoe u het mobiliteitsbudget kunt berekenen en hoe u uw organisatie voorbereidt op de geplande wijzigingen vanaf 2027.

Wat is het mobiliteitsbudget?

Het federale mobiliteitsbudget bestaat sinds 2019. Werknemers kunnen er hun bedrijfswagen of hun recht op een bedrijfswagen mee inruilen voor een jaarlijks budget. De hoogte daarvan is gebaseerd op de totale jaarlijkse brutokosten die de werkgever voor de wagen draagt.Het gaat dus niet om een vrij mobiliteitsvoordeel voor alle medewerkers. Alleen werknemers die al een bedrijfswagen hebben of die er volgens het bedrijfswagenbeleid voor in aanmerking komen, kunnen deelnemen. De werkgever moet het systeem bovendien eerst invoeren en bepalen welke bestedingsmogelijkheden hij aanbiedt.Een werknemer kan het budget verdelen over drie pijlers:

Pijler 1: een bedrijfswagen zonder CO₂-uitstoot. De kosten van die wagen worden van het beschikbare budget afgetrokken.

Pijler 2: duurzame mobiliteit en huisvestingskosten. Denk onder meer aan openbaar vervoer, een fiets, deelmobiliteit en bepaalde huur- of hypotheekkosten.

Pijler 3: uitbetaling van het resterende bedrag. Op dat saldo wordt een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07% ingehouden.

De werkgever kiest welke concrete mogelijkheden binnen de pijlers beschikbaar zijn. Hij is niet verplicht om pijler 1 aan te bieden, maar een aanbod binnen pijler 2 mag niet ontbreken.

“Werknemers kunnen hun budget "vrij besteden in 3 pijlers rekening houdende met de bestedingsmogelijkheden aangeboden door de werkgever.”

Mobiliteitsbudget 2026: welke regels gelden?

Is het mobiliteitsbudget verplicht in 2026?

Nee. Een werkgever is in 2026 niet verplicht om het federale mobiliteitsbudget in te voeren. Doet hij dat wel, dan blijft ook de werknemer vrij om het aanbod te aanvaarden of zijn bedrijfswagen te behouden.

Om vandaag met het systeem te kunnen starten, moet de werkgever in principe al minstens drie jaar onafgebroken bedrijfswagens ter beschikking stellen. Voor startende werkgevers gelden afzonderlijke voorwaarden. De werkgever legt vervolgens vast welke mobiliteitskeuzes beschikbaar zijn en hoe werknemers kunnen instappen.

Wat veranderde er op 1 januari 2026?

De belangrijkste wijziging is de volledige omschakeling naar nulemissievoertuigen in pijler 1. Voor wagens waarvan de bestelbon vanaf 1 januari 2026 wordt ondertekend of het leasecontract vanaf die datum wordt gesloten, is alleen een bedrijfswagen zonder CO₂-uitstoot nog toegestaan. Een wagen die voor die datum werd besteld of geleased, wordt niet automatisch door de nieuwe norm uitgesloten.

Ook bepaalde uitgaven binnen pijler 2 moeten sinds 2026 aan strengere emissievoorwaarden voldoen. Gemotoriseerde voertuigen die onder zachte mobiliteit vallen, mogen bij nieuwe aankopen, huur- of leasecontracten geen CO₂ meer uitstoten. De nulemissievoorwaarde geldt ook voor gemotoriseerde voertuigen die worden gebruikt voor carpooling, autodelen en de verhuur van een wagen met chauffeur.

Welke minimum- en maximumbedragen gelden in 2026?

De wettelijke grenzen van het mobiliteitsbudget worden jaarlijks geïndexeerd. In 2026 bedraagt het budget minstens € 3233 per kalenderjaar. Het mag niet hoger zijn dan een vijfde van het totale brutojaarloon van de werknemer en is bovendien begrensd op maximaal € 17.244 per jaar.

Blijft er aan het einde van het jaar een saldo over, dan wordt dit via pijler 3 uitbetaald. Op dat bedrag wordt een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07% ingehouden. Het saldo is niet onderworpen aan de gewone personenbelasting.

Hoe kunt u het mobiliteitsbudget berekenen?

De berekening vertrekt van de totale jaarlijkse brutokosten die de werkgever voor de bedrijfswagen draagt. Deze Total Cost of Ownership of TCO omvat meer dan de aankoopprijs of maandelijkse leasekost. Onder meer de volgende kosten kunnen meetellen:

huur-, lease- of financieringskosten

brandstof- en elektriciteitskosten

verzekeringen, onderhoud, herstellingen en banden

tol-, parkeer- en beheerkosten

belastingen, niet-recupereerbare btw en de patronale CO₂-solidariteitsbijdrage

kosten voor een laadstation wanneer die volgens de wettelijke voorwaarden en het bedrijfswagenbeleid meetellen.

Meer achtergrond over de algemene kostenopbouw leest u in het Fleetcor-artikel TCO voor bedrijfsvoertuigen: een gids voor Total Cost of Ownership. De wettelijke TCO van het mobiliteitsbudget volgt echter eigen berekeningsregels en is niet volledig gelijk aan een algemene wagenpark-TCO.

Werkelijke kosten of forfaitaire waarden?

Sinds 1 januari 2024 bestaan er twee wettelijke methoden. Bij de werkelijke kostenformule wordt de gemiddelde jaarlijkse brutokost van de bedrijfswagen over de laatste vier jaar gebruikt. Was de wagen minder lang ter beschikking, dan wordt gekeken naar de volledige beschikbare periode.

De werkgever kan ook kiezen voor de forfaitaire waardenformule. Die werkt met vaste en variabele componenten en verschilt naargelang de wagen wordt gehuurd, geleased of eigendom is van de werkgever. De keuze voor de forfaitaire methode moet in principe voor alle werknemers van de onderneming dezelfde zijn en geldt gedurende drie jaar.

Werkgevers kunnen het budget per werknemer bepalen of met een referentiewagen per functiecategorie werken. Welke aanpak geschikt is, hangt af van het wagenbeleid en de beschikbare kostengegevens. Stem de gekozen aanpak daarom af met HR, finance, payroll en uw sociaal secretariaat.

Eenvoudig rekenvoorbeeld

Stel dat de jaarlijkse TCO van de ingeruilde bedrijfswagen € 10.000 bedraagt. De werknemer kiest in pijler 1 een emissievrije wagen met een jaarlijkse kost van € 6500. Dan blijft er € 3500 over voor duurzame mobiliteitsoplossingen in pijler 2 en eventueel een uitbetaling via pijler 3.

Dit voorbeeld is bewust vereenvoudigd. De werkelijke berekening hangt onder meer af van de gekozen methode, de kosten die in het bedrijfswagenbeleid zijn opgenomen en de wettelijke minimum- en maximumgrenzen

Lees meer over de Shell Card & New Fleet Company Card

tank- en oplaadkaart voor NFC & Shell

Wordt het mobiliteitsbudget verplicht vanaf 2027?

De federale regering wil dat werkgevers het mobiliteitsbudget systematisch als mogelijkheid aanbieden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen. De ministerraad keurde op 9 januari 2026 een voorontwerp van wet goed met 1 januari 2027 als beoogde startdatum.Dit is nog geen definitieve wetgeving. Het voorontwerp doorloopt het verdere wetgevingsproces en kan nog worden aangepast. De definitieve regels voor het mobiliteitsbudget 2027 liggen dus nog niet vast. De officiële informatie over het huidige mobiliteitsbudget vermeldt daarom nog altijd dat de invoering niet verplicht is.

Welke werkgevers zouden onder de verplichting vallen?

Volgens het voorontwerp zou de verplichting gelden voor werkgevers die gedurende meer dan 36 maanden één of meer bedrijfswagens ter beschikking hebben gesteld. Die periode mag onderbroken of ononderbroken zijn. Er zijn wel verschillende uitzonderingen en overgangsregels voorzien:

Werkgevers met gemiddeld minstens 50 werknemers zouden vanaf 1 januari 2027 onder de verplichting vallen. Werkgevers met gemiddeld 15 tot 49 werknemers zouden tot en met 31 december 2027 vrijgesteld blijven. Als de regeling ongewijzigd wordt aangenomen, zou de verplichting voor hen ten vroegste in 2028 ingaan. Werkgevers met gemiddeld minder dan 15 werknemers zouden vrijgesteld blijven. Ook ondernemingen in moeilijkheden en werkgevers in een procedure van collectief ontslag met sluiting zouden onder bepaalde voorwaarden worden vrijgesteld.

Wanneer moet het aanbod ingaan?

De werkgever zou mogen wachten tot het lopende huur-, lease- of gebruikscontract van de bedrijfswagen van de betrokken werknemer afloopt. Daardoor hoeft het mobiliteitsbudget niet voor alle werknemers op dezelfde dag beschikbaar te worden. De timing kan verschillen naargelang de einddatum van hun wagencontract.

Behoudt de werknemer zijn keuzevrijheid?

Het geplande verplichte karakter heeft in de eerste plaats betrekking op het aanbod door de werkgever. Een werknemer zou in beginsel zelf kunnen beslissen of hij zijn bedrijfswagen inruilt voor een mobiliteitsbudget.Het voorontwerp bevat wel een mogelijke uitzondering. Voor bepaalde functies kan de werkgever eisen dat de werknemer binnen het mobiliteitsbudget voor pijler 1 kiest. Zo’n verplichting moet verband houden met de aard van de functie en de legitieme belangen van de onderneming. De criteria moeten objectief, proportioneel en niet-discriminerend zijn.

“De datum van inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2027.”Bron: Federale ministerraad – Voorontwerp van 9 januari 2026

Hoe kunnen werkgevers zich voorbereiden op 2027?

Hoewel de definitieve wetgeving nog ontbreekt, kunt u verschillende voorbereidingen treffen zonder vooruit te lopen op de uiteindelijke regels.

1. Breng alle bedrijfswagenrechten in kaart

Controleer welke werknemers vandaag een bedrijfswagen hebben en welke functies volgens uw car policy recht geven op een wagen. Noteer ook wanneer lease- en gebruikscontracten aflopen. Zo krijgt u zicht op wie mogelijk onder het toekomstige aanbod valt en vanaf wanneer.

2. Actualiseer uw TCO-gegevens

Verzamel de kosten per wagen of functiecategorie. Controleer of brandstof, laadkosten, verzekeringen, belastingen en andere relevante uitgaven correct worden geregistreerd. Betrouwbare gegevens zijn nodig om het budget correct en consequent te bepalen.

3. Stel een bruikbaar aanbod in pijler 2 samen

Kies opties die aansluiten bij het woon-werkverkeer en de behoeften van uw werknemers. Dat kunnen openbaar vervoer, fietslease, deelmobiliteit en toegelaten huisvestingskosten zijn. Werknemers die binnen 10 kilometer van hun normale plaats van tewerkstelling wonen, kunnen onder voorwaarden huur of kapitaal- en interestaflossingen van een hypothecaire lening financieren. Bij structureel telewerk kan de woonplaats onder bepaalde voorwaarden als normale plaats van tewerkstelling gelden.

4. Controleer uw beleid en administratie

Leg de aanvraagprocedure, keuzemomenten en gevolgen van een functiewijziging duidelijk vast. Bepaal wie de mobiliteitsrekening beheert, hoe uitgaven worden gecontroleerd en hoe payroll het resterende bedrag in pijler 3 verwerkt. Heldere documenten voorkomen uiteenlopende interpretaties binnen de organisatie.

5. Plan de elektrificatie van uw wagenpark

Nieuwe wagens in pijler 1 moeten sinds 2026 emissievrij zijn. Toch zullen veel bedrijven tijdens de overgang nog een gemengd wagenpark beheren. Stem daarom aflopende contracten, laadmogelijkheden, voertuiggebruik en kostenbeheer op elkaar af. Zo evolueren het mobiliteitsbeleid en het operationele wagenpark in dezelfde richting.

Veelgestelde vragen over het mobiliteitsbudget

Is het mobiliteitsbudget verplicht in 2026?

Nee. De werkgever beslist in 2026 zelf of hij het systeem invoert. Ook de werknemer is niet verplicht om deel te nemen wanneer het wordt aangeboden.Hoe wordt het mobiliteitsbudget berekend?Het bedrag is gebaseerd op de jaarlijkse werkgeverskosten of TCO van de bedrijfswagen, berekend via de werkelijke kostenformule of de forfaitaire waardenformule.

Wordt het mobiliteitsbudget verplicht in 2027?

De regering plant een gefaseerde verplichting vanaf 1 januari 2027. Op 3 augustus 2026 is de definitieve wet nog niet aangenomen.

Wat betekent het mobiliteitsbudget voor werkgevers?

Het mobiliteitsbudget 2026 blijft vrijwillig, maar sinds 1 januari gelden strengere nulemissievoorwaarden in pijler 1 en voor bepaalde gemotoriseerde vervoermiddelen in pijler 2. Het budget is gebaseerd op de TCO van de bedrijfswagen en moet binnen de wettelijke grenzen blijven.De federale regering wil het aanbod vanaf 2027 gefaseerd verplicht maken. Volgens het voorontwerp start de eerste fase bij werkgevers met minstens 50 werknemers. Kleinere werkgevers krijgen meer tijd of blijven vrijgesteld. Zolang de wet niet definitief is, blijven de huidige regels gelden.Werkgevers kunnen zich voorbereiden met een actuele car policy, betrouwbare TCO-gegevens, een bruikbaar aanbod in pijler 2 en duidelijke communicatie. Een gecombineerde tank- en laadkaart kan het kostenbeheer tijdens de elektrificatie vereenvoudigen.

Klaar om uw wagenpark slimmer en duurzamer te maken?

tank- en oplaadkaart voor Yellow Shell

Disclaimer: Dit artikel geeft de stand van de Belgische regelgeving weer op 3 augustus 2026. De aangekondigde hervorming voor 2027 is nog niet definitief en kan tijdens het wetgevingsproces worden gewijzigd. Deze informatie is algemeen en vormt geen juridisch, fiscaal of sociaalrechtelijk advies. Controleer de definitieve regels en bespreek uw concrete situatie met uw sociaal secretariaat of adviseur.

Bronnen

Download
Download article
facebooktwitterlinkedin

Related articles